Stan Hagenaars Blog
 


In een notedopje....




Ik zal me eerst voorstellen. Mijn naam is Stan Hagenaars, een man van 62 jaar uit Bergen op Zoom. Ben gelukkig getrouwd en heb een puberende zoon van 15. Ben opgegroeid in familiebedrijf die zich bezig hield met allerlei reclame werk zoals belettering en zeefdruk. Hoewel ik door zuurstof tekort een lichte hersenbeschadiging heb,  ik een vrij normale jeugd gekend. In Wouw speelde ik vooral op straat voetbal en ging knikkeren met de buurjongens, totdat we naar  Bergen op Zoom verhuisde.  Daar moest ik weer nieuwe vriendjes maken, maar dat was niet eenvoudig. Toen ik naar de middelbare school ging veranderde dat weer. Ik had een leuke klas en we trokken veel met elkaar op. In die tijd stonden we met een stacaravan op een camping aan het Veerse Meer. Daar leerde ik zeilen en surfen. Ik was vrij fanatiek hierin, dat zelfs wedstrijden meegedaan heb, zoals Rondje Veerse Meer en de Ronde Tien Gemeten, waar ik ook Stephan van de Bergh (olympisch kampioen) leerde kennen. Later begon ik ook met catamaran-zeilen, eerst als fokkenmaat, later als stuurman. Omdat mijn vader ook een fanatiek zeiler was, gingen we overal naar toe, zoals internationale wedstrijden in Harderwijk  en St. Moritz (Zwitserland).


Toen we in Wouw woonde, hielp ik mijn vader en broer in de zaak. We hadden diverse klanten, vooral uit de regio. Ik vond het toen leuk om mee te gaan naar bijv. een transportbedrijf en daar te helpen met het aanreiken van allerlei spullen. 

Later, toen we naar Bergen op Zoom waren verhuisd, werd ik meer en meer betrokken  bij de zaak. Mijn vader kocht een snijcomputer om plakletters en logo's te snijden. Aangezien dat ik meer kennis had van computers, mocht ik dan serieus meewerken. Het bedrijf groeide en kregen ook te maken met personeel.  Niet veel later verhuisde de zaak zelf naar Roosendaal waar we een pand hadden aan de Boerkensleen.


Na een aantal jaren, zag ik me genoodzaakt om de zaak te verlaten, om iets anders te proberen. Vanwege mijn hobby's destijds, ben ik terecht gekomen in de IT wereld. Ik kon aan de slag als applicatie- en netwerkbeheerder bij de GGD West Brabant. Na vele trainingen en cursussen gevolgd te hebben, had ik mijn plekje gevonden. De collega's waardeerde mij op mijn kennis en inzet. De ambulancedienst Bergen op Zoom was voor mij een vaste stek, soms reed ik. een ritje mee als observator. Ik vond het jammer na jaren weer weg te gaan vanwege een fusie.

Ondertussen had ik iemand leren kennen, waar ik later ook mee getrouwd ben.


Via een goede vriend kwam ik in België terecht bij een grote retailbedrijf. Daar was ik mede verantwoordelijk voor de IT en later ook de distributie naar 20 winkels.  Na bijna 2 jaar ging het bedrijf failliet.


Na enkele maanden rondgekeken te hebben, kwam ik via een uitzendbureau terecht bij de grootste sigarettenfabriek van Europa. Eerst als heftruckchauffeur, maar na enkele dagen werd ik als coördinator weg gezet op kantoor NTM.




Er zijn een aantal post die ik op Facebook en Linkedink heb geplaatst:

22 januari 2025

Acceptatie...
Het begon met kleine pijntje, een stijfheid in de rug. Ik dacht: het gaat wel over, gewoon een kwestie van tijd. Iedere keer op- en afstappen, trap op en trap af. Dat zo'n 120 keer op een dag. Maar de pijn werd erger, de stijfheid bleef. Simpele taken als iets van de grond oppakken ging steeds moeilijker.
De diagnose was een klap in het gezicht, Artrose, een slijtage in rug en nek. Onomkeerbaar. De arts vertelde mij dat werken in de huidige functie niet meer mogelijk was. Mijn wereld stortte in.
De eerste maanden was zwaar. Boosheid, verdriet en frustratie. Ik. miste het contact met mijn collega's, de voldoening van een geklaarde dag. Ik kon blijven hangen in het verleden of..... doorpakken.
Ik koos voor het laatste. Mijn manager en ik gingen met elkaar in gesprek.
Nu zijn we een paar maanden verder, heb nu een tijdelijk functie.  Wet Verbetering Poortwachter volgens richtlijnen ingezet. FML gesprek gehad met de bedrijfsarts.    De volgende stap is een aantal gesprekken met mijn manager en een arbeidsdeskundige.  We wachten af.....
Het leven met artrose is niet altijd makkelijk. Soms kan je de wereld aan en soms is de kleinste beweging een hel.
Maar nu komen we bij het accepteren. Het is verdomd moeilijk om iets te accepteren waar je geen invloed op heb, geen grip. Soms lag ik te draaien in bed, met de gedachte dat je 'verloren' bent.
Maar nu besef ik meer en meer dat ik geen andere keuze heb. Je moet je gewoon bij neerleggen en verder gaan. Ik probeer het beste van te maken....




22 februari 2025

Besef...
Na acceptatie, waar ik eerder een post heb geschreven, komt het besef om de hoek kijken.  Meer en meer besef ik dat in de huidige wereld maar weinig kansen meer krijgt om volledig te kunnen functioneren. Door meervoudige beperkingen
(motoriek, moeilijk praten, doofheid en nu artrose) voel ik me langzaam in een hoek worden gezet. Na ruim 45 jaar volledig werkzaam te zijn geweest op de arbeidsmarkt, lijkt het erop dat ik langzaam  'uitgerangeerd' ben.
Afgelopen week een gesprek gehad met de arbeidsdeskundige. "Ondanks je beperkingen ben je best slim". Hij zei niet: Dankzij de beperkingen ben je slim.
Want juist door die beperkingen heb ik mezelf 'getraind' door studies en trainingen te gaan volgen. Hierdoor heb ik wel een management diploma op zak.
Ik dacht hierdoor meer kans te maken, maar nee hoor. Ze zien iemand met beperkingen. Ik heb dit 20 jaar geleden al ervaren, ondanks de goede inzet van het outplacementbureau.  Ik had zelf werk gevonden bij een goede vriend in België. Helaas door een faillissement, kwam ik wederom zonder werk te zitten. Maar na 2 maanden begon ik bij de grootste sigarettenfabriek van Europa. Doordat er bepaalde mensen op mijn kwaliteiten schatten en niet op mijn beperkingen heb ik dit werk 17 jaar kunnen doen.
Nu het logistieke werk is overgenomen door een ander bedrijf, veranderde dat voor mij. Doordat bij mij steeds meer uitval was, werd het logistieke werk te zwaar voor mij. Tijdelijk werk aanvaard (Wet Verbetering Poortwachter).  Nu zijn we  bij het versneld uitvoeren van Spoor 2.
Het beseffen van het niet meer mee kunnen draaien, raakt mij hard. Soms denk ik bij mezelf: Heb ik daarvoor 45 jaar keihard voor gewerkt? En ja ... keihard!!!
Ik geef mezelf maar weinig kansen , maar we gaan het zien. Als het lukt om voor mij een passend baan te vinden, dan trakteer ik mezelf op een fles champagne.
wordt vervolgd......


26 februari 2025

Pijn....
De ochtenden beginnen al zwaar voor mij. Iedere keer met een scherpe steek opstaan. Elke beweging ,hoe klein ook, voel als een mes dat ronddraait. Nee het ligt niet aan het matras, ik heb een therapeutische topper.
De pijn is een constante metgezel geworden, een onzichtbare schaduw die mij volgt waar ik ook ga. Vroeger deed ik veel aan sport, nu is dit niet meer mogelijk.
De artrose heeft mijn ruggengraat in een kluwen van stijfheid en pijn veranderd. Mijn onderrug en nek zijn versleten en broos. Elke stap, elke draai, elke buiging stuur schokken van pijn in mijn lichaam. Ik moet ermee leren leven, zeggen ze. De dagen zijn lang en zwaar. Boodschappen doen, de afwas of stofzuigen zijn een uitputtingsslag.
Toch weiger ik om me over te geven aan de ziekte. In mijn dagelijks leven is er iets bijgekomen, namelijk pijnstillers. Die maken het voor mij "leefbaarder".
Zonder de medicijnen zou ik niets meer kunnen.
Verder probeer ik zoveel mogelijk mijn rug te trainen.  Artrose heeft mijn leven veranderd, maar nog niet gebroken. Ik ben een overlever, wat ik al heel mijn leven ben.



30 maart 2025

Het gemis van sport...

Sport was en is een belangrijke factor in mijn leven. In mijn jonge jaren voetbalde ik bij Cluzona, een club uit Wouw. Ik deed mee aan de wekelijkse training en wedstrijden. Mijn opa kwam soms kijken. Een leuke herinnering was dat ik daar mijn eerste kus kreeg van Jose, die woonde destijds in de Kasteelstraat. Ook ging ik tennissen tegen de muur (lidmaatschap was destijds duur). Tevens had ik ook zwemlessen vanuit de lagere school in Roosendaal.

Toen we naar Bergen op Zoom verhuisde, ging ik op tafeltennis bij het Juvenaat. Ook speelde ik hockey met mijn broer en zus. Daarnaast kochten mijn ouders een caravan en gingen we vaak naar Luxemburg, waar we aan de oever van de Sure stonden. Hierdoor konden we vaak kanovaren.  Ook hadden we ondertussen een surfplank aangeschaft en de eerste meters werden gemaakt op het Dassenplas. Hier leerde we de basis van het windsurfen. Ook gingen we vaak naar de Kreekraksluizen , waar we onze vaardigheden verder ontwikkelde. Na een aantal jaren gingen we naar een camping in Wolfvaartsdijk, waar ik ging vissen aan de steiger van de oude pont. Niet veel later verplaatste we de caravan naar de camping aan de overkant, de Paardekreek.


Op de Paardekreek heb ik mijn beste tijd meegemaakt. Mijn vader had een catamaran, die Wana heette. Ik had zelf een Windglider, een surfplank dat later ook olympische wedstrijden ging meedoen. Op een dag was mijn vader gaan zeilen met zijn vrienden naar de dam bij Vrouwenpolder. Ik ben toen achter hun aangegaan. Na zo'n 2 uur varen kwam ik pas aan bij de dam, om een frietje te gaan eten, wat een gewoonte was. In het tunneltje onder de weg liepen we elkaar tegemoet en het was een verrassing dat ik daar was met mijn surfplank.  Na wat gegeten en gedronken te hebben, stapte ik weer op de plank. Naar 4 uur varen kwam ik aan bij de camping. Mijn ouders waren bang dat ik verloren was gegaan en mijn vader was mij tegemoet gevaren met een motorboot. 

Na een aantal jaren, verlieten we de camping. De meeste vrienden waren hun eigen weg gegaan en zo ik ook.  Ik had ondertussen ook andere sporten "ontdekt" , zoals badminton en squash. Ook ging ik meer fietsen en hardlopen.  Tussendoor ging ik samen met mijn broer ook op fitness. Maar na een jaar was dit laatste weer voorbij. Het squash heb ik toch lang kunnen volhouden.  Tot in 2002, toen ik werd meegenomen door mijn vader naar de golf. Ik raakte enthousiast en heb het ondertussen 17 jaar "gespeeld".  Totdat de eerste kwaaltjes voelbaar werden.  De rug ging tegenwerken. Dus moest ik ook hiermee stoppen.  Nu probeer ik met behulp van een fysiotherapeut mijn rug "sterk" te houden. Maar het gemis van het wedstrijd-element, het waaien van de wind, de oerkreten die men soms uitschreeuwt. vind ik het ergste.




1 april 2025


een beetje hoop...

Gisteren had ik het eerste gesprek met jobcoach Jessica van Puls. Omdat ik al eerder ervaring had opgedaan met een jobcoach was ik een beetje sceptisch.  De eerste indruk was direct al positief, want ze begreep vrijwel in wat voor positie me ik bevond. Ik voelde me al direct op mijn gemak en er was sprake van een open en eerlijke communicatie. Zij was oprecht benieuwd dat er allemaal in mijn hoofd speelde. Ik vertelde mijn historie op werkgebied en welke belemmeringen ik allemaal meegemaakt had.  Zij wist deze weer een vrolijke draai aan te geven, want juist die belemmeringen waren voor mij een blok aan mijn been. Naar mate het gesprek vorderde , werd ik steeds positiever. Omdat de situatie rond werk de afgelopen decennia 'verbeterd' is, zijn er allerlei wegen te bewandelen om weer terug aan het werk te gaan.  Zo zijn er wetten aan genomen zoals wet verbetering Poortwachter, die mensen 'helpen' een tweede kans te geven. Zo ook bij Jessica. Ik wil nog niet te ver vooruit lopen op de zaken, maar er zijn kansen. Ook zei ze erbij dat ik het hele traject kan doorlopen richting WIA, wat de andere route betreft. Alles is afhankelijk wat de markt wilt en wat ik aan kan. Want ik ondervind momenteel veel pijn ondanks de pijnstillers. Want artrose is een aandoening wat niet beter wordt. Nu wordt er plan van aanpak opgemaakt, waarin de volgende stappen worden vastgelegd. We hebben een volgende afspraak gemaakt en dan zien we weer verder.....

11 mei 2025

Sobere toekomst...

Het is weer een tijdje geleden dat ik hier een blog geschreven heb, maar zoals altijd heeft hier het een belangrijke reden voor. Mijn ziektebeeld is verslechterd. En de reden lijkt logisch als je mijn geschiedenis kent. In die (inmiddels) 46 jaar dat ik werkte, heb ik me altijd moeten bewijzen dat ik volledige kon meedraaien met de maatschappij. Juist door de beperkingen moest ik me 200 % meer inzetten dan ieder ander.   Maar net als een accu van een auto, is de koek op een gegeven moment op !!!  Juist de pijnen in mijn nek (tintelingen langs mijn bovenlichaam) en rug (iedere beweging een soort steek) putten me uit. Soms vraag ik me af:  heb ik nog wel de energie???  Mijn kop zegt dat ik door moet gaan , alleen mijn lichaam zegt : STOP !!! En nu ga naar mijn lichaam luisteren, want ik heb anders geen leven meer.   

Maar ondertussen gaat het traject gewoon door met Puls. Aangezien dat het een verplichting is, zal ik hieraan meewerken. Ik heb mezelf beschikbaar gezet voor werk op Linkedin. Ook 2 onderzoeken afgerond en een professionele CV laten opmaken.  Tot nu zijn er 0 !!! reacties geweest (buiten enkele "talentenjagers" na).

Ook heb ik de werkgever gevraagd om een fysiek onderzoek bij de bedrijfsarts. Want zo kan het niet meer. Ook zal ik mijn contacten vragen mij te begeleiden hierin.  Wordt vervolgd....

 

20 mei 2025

Opdracht...

Een sollicitatie gedaan als opdracht.  Het was 18 jaar geleden dat ik voor het laatst gesolliciteerd had. Toen had ik gemiddeld 20 sollicitaties per week en wat ik toen voor reactie: 0 !!!. Tot iemand mij op wees om eens in te schrijven bij een uitzendbureau. Binnen 3 dagen een reactie en na 2 weken aan de slag (zie verhaal hierboven)  Nu zijn we een week later en nog steeds niets. Voor mij is dit een teken dat in mijn geval weinig goeds. 


25 mei 2025

Weerzien...

Gisteren een afscheidsdiner van een goede collega van me. Ik ben gegaan ondanks de pijnen. Ik had behoefte om mijn collega's , waarmee ik al jaren samenwerkte, weer eens te zien. Sommige van die collega's zitten, net als ik, in de lappenmand. Ik probeerde me sterk te houden. maar er waren ook momenten bij dat de emoties naar boven kwamen (ik werd stil..) Aan de buitenkant merk je het niet bij mij... Het deed mij goed om iedereen weer eens te zien, hoewel dat ik toch een paar collega's miste.



18 juni 2025

Kwaliteit van leven...

De aandoening heeft een sterke invloed op de dagelijkse activiteiten en het algehele welzijn. Chronische pijn, verminderde mobiliteit en stijfheid zijn van invloed op de levenskwaliteit. Ik verlies momenteel mijn 'gezonde' levensjaren. De dingen die ik graag deed, kan ik niet meer.  

De sollicitatie is op niets uitgelopen. Ik heb ze gebeld om te informeren naar de status, ze zouden mij terug bellen. Tot op heden: Nada!!! Ik snap het best; wie wil een oudere man met meerdere beperkingen.  Ik weet niet wat ik moet. De wet Verbetering Poortwachter zal in mijn geval niet werken, ondanks dat ik wel aan mijn verplichtingen blijft voldoen. Ik krijg dagelijks mailtjes van mijn re-integratiebureau, waarin vacatures in staan die 'matchen' met mijn profiel. Maar dat werkt niet, want bijvoorbeeld: Assemblage monteur machinebouw, hoe kan ik dat nou doen met mijn nek- en rugartrose?  



5 augustus 205

2e onderzoek bedrijfsarts

Omdat ik niet geloof in telefonische analyses van bedrijfsartsen, iets wat mij jaren weerhield in mijn leven, had ik gevraagd om een fysiek onderzoek door een bedrijfsarts. Vandaag was het zover. Moest ik naar Oosterhout komen, terwijl het ook kon in Bergen op Zoom. Maar dat terzijde. Ik kwam bij een jonge arts die net z'n opleiding had afgerond. Ik vertelde mijn verhaal en de reden waarom ik daar nu was. Met het bekende vraag- en antwoorddialoog kwam de arts tot de conclusie dat de situatie verergerd was ten opzichte van het vorige onderzoek. Hij heeft mij ook bekeken en onderzocht. Hij concludeerde dat ik niet meer in staat te zijn om volledig aan het werk te gaan, dat ik slechts enkele uren per week iets kan doen met in acht nemen van micropauzes.  Dat was voor mij de bevestiging, dat ik in de toekomst alleen de 'rit' moet uitzitten.  

Over een paar weken heb ik de eerste evaluatie (1 jaar) met mijn werkgever en dan hoop ik dat ze het re-integratiebureau een beetje afremmen qua sollicitaties op grond van het tussentijds verslag van de bedrijfsarts.  

Intussen probeer ik wel wat oefeningen te doen, om mijn rug toch een beetje soepel te houden.


29 september 2025

Vrijwilligerswerk

Het leven is hard, zeker wanneer je belemmerd wordt door je beperkingen zeg maar handicaps. De dagelijkse zaken gaan steeds moeilijker.   Even een afwasje doen lukt al bijna niet meer, een kleine wandeling met pijn en moeite. Zelfs auto rijden is soms een hele opgave. Het begint al bij het opstaan, omhoog komen is een strijd, wassen en aankleden een veldslag.

In het kader van in contact blijven met de 'buitenwereld' moest ik eens het vrijwilligerswerk proberen. Heb me ingeschreven bij diverse organisaties. Ben duidelijk geweest wat mijn beperkingen zijn. De reacties waren precies wat ik verwachte, we kunnen je niet gebruiken. Je moet veel lopen of helpen sjouwen, iets waar ik juist beperkt in ben. Ook heb ik een 'sollicitatie' gedaan als vrijwilliger bij de Digituin in het Bravis ziekenhuis. Het gesprek was goed verlopen tot het moment dat ik de werkzaamheden hoorde. Telefoon opnemen en vragen beantwoorden, patiënten aan bed helpen met allerlei vragen en uitleg apps zoals digiD. Ik heb nee gezegd tegen deze functie om reden dat ik niet weet of dit vol te houden is, ondanks de medicijnen (Naproxem 550 mg) wordt de pijn in mijn rug steeds erger. Als ik nu mijn beperkingen opnoem: slecht horend, moeilijk praten, spatisch (motoriek),lopen steeds minder, artrose in rug en nek, zal je mij beter begrijpen.  Gelukkig is mijn humor er nog, want anders was ik echt saai geworden.  Wanneer ik thuis ben, kan ik zelf beslissen of ik 'de klus'  aankan, wat steeds wisselend is. Als het mij te veel wordt ga ik liggen om mijn rug te 'ontlasten'. Er zijn dagen bij dat ik helemaal niets kan, pijn overheerst.




16 december 2025


Waar ligt de grens ?

De dagen tikken weg. Het is weer eventjes geleden... Maar alles heeft een reden. Zoals ik al eerder schreef over acceptatie, ik worstel hiermee nog iedere dag. Om steeds weer geconfronteerd te worden met je beperkingen. Hoewel ik niet gelovig bent, ben ik wel vaak boos op God: "waarom overkomt dit nu mij?", "waarom is het zo zwaar.", "Kan ik het niet repareren?".  Deze vragen zingen in mijn hoofd.  In al die jaren heb ik nooit een beroep moeten doen op de overheid. Heb altijd op tijd mijn belasting betaald. Mag ik dan nu eindelijk een beetje rust hebben? Kennelijk niet, want 'ze' verwachten nog steeds dat je aan de slag gaat. Ik had vorig week wederom een gesprek over vrijwilligerswerk. Deze keer was het om het begeleiden van verstandelijke gehandicapten. Op zich een leuk gesprek. In eerste instantie lag ik goed in de groep. Maar door mijn eigen beperkingen werd al duidelijk dat ze er toch moeite mee hadden. Zoiets voel je tijdens zo'n gesprek. Vandaag kreeg ik te horen dat de uitslag naar het volgende jaar word getild en dat ik op de reservelijst komt. Met andere woorden: liever niet. Nota bene voor vrijwilligerswerk !            Het is voor moeilijk te bevatten waarom er zo veel druk uitgeoefend wordt vanuit de re-integratie. OK, je heb te maken met regelgeving, maar haal alsjeblieft de oogkleppen weg en kijk verder dan alleen het papiertje. Zo ervaar ik het wel.  Ik nam voor het eerst deel aan de arbeidsmarkt toen ik 12 jaar was en ... nee niet gedwongen. Omdat ik het leuk vond om te helpen in de zaak. Ik kwam thuis, maakte het huiswerk en ging mijn vader helpen met zeefdrukken. Ik moest de gedrukte plaatjes in het rek plaatsen. Andere keren deed ik dit met mijn broer, die destijds ook nog op school zat. Ons bedrijf was een echt familiebedrijf, Opa , pa en broer schilderde, ma zorgde voor de mallen en de boekhouding. En ik was het 'hulpje', wat ik overigens leuk vond.  Maar nu zijn we ruim 50 jaar verder. Het bedrijf bestaat helaas niet meer. Ik ben een ander pad gaan bewandelen,zoals je eerder in deze blog kon lezen . Mijn vader en ik hebben het nog vaak over hoe het toen was, dat ik eens van een hoge trap gevallen was en hij zo geschrokken was. Ook dat we op zakenreis gingen naar Denemarken of Duitsland om nieuwe innovaties te bekijken. Het allermoeilijkste zijn de pijnen die ik nu ervaar. En deze worden alleen maar erger. Waar ligt de grens ???



7 februari 2026


De pijn die je niet ziet — en daarom niet gelooft


Artrose in de rug is geen verhaal.
Het is een staat van zijn.
Het is wakker worden zonder startknop. Geen moment waarop je lichaam “meedoet”. Alleen meteen pijn. Stijf. Diep. Ononderhandelbaar. En nee, dat went niet. Het slijpt je af.
Maar omdat ik loop en woorden kan vormen, wordt aangenomen dat het wel meevalt. Alsof zichtbaarheid de maatstaf is voor waarheid. Alsof pijn pas geldig is wanneer hij voor anderen comfortabel te begrijpen is.
“Je ziet er toch goed uit.”
Dat is geen observatie. Dat is een ontkenning.
Goede dagen worden tegen me gebruikt. Slechte dagen moet ik verdedigen. En alles daartussen moet ik managen: energie, verwachtingen, schuldgevoel. Want chronische pijn komt zelden alleen. Ze sleept schaamte mee. En twijfel. En het constante gevoel dat je te veel bent.


Artrose is slijtage.
Niet tijdelijk. Niet oplosbaar. Niet te fixen met wilskracht.



Het is bot dat schuurt waar het zou moeten glijden. Zenuwen die protesteren. Ontstekingen die komen en gaan zonder waarschuwing. Vandaag kan iets lukken en morgen niet — en nee, dat is geen tegenstrijdigheid. Dat is de aandoening.
Het meest uitputtende is niet de pijn, maar het moeten bewijzen dat ze bestaat. Alsof ik pas recht heb op grenzen wanneer iemand anders ze logisch vindt.
Chronische pijn maakt je kleiner in de ogen van anderen. Je wordt een voetnoot. Een risico. Iemand met “altijd iets”. En dus leer je jezelf in te krimpen. Minder vragen. Minder ruimte innemen. Minder eerlijk zijn over hoe slecht het eigenlijk gaat.


Zonder omwegen: wat artrose in de rug is

Artrose is een chronische, progressieve aandoening van de wervelkolom waarbij kraakbeen slijt en structuren in de rug blijvend veranderen. Dit kan leiden tot continue of terugkerende pijn, stijfheid, zenuwklachten en functieverlies. Er is geen genezing. Behandeling draait om beperken, niet herstellen. Om volhouden, niet oplossen.
Dat dit onzichtbaar is, maakt het niet milder. Het maakt het eenzamer.

Wat er nu komt

Binnenkort staat er een MRI-scan gepland. Niet als bewijsstuk. Niet als geruststelling. Maar als confrontatie. Met wat er al jaren speelt en met wat dit betekent voor de toekomst. Wat er ook uitkomt, de pijn was er al. En ze was al echt.



22 juni 2026

Wachten, wachten,wachten..

De ochtendzon scheen door het raam van de woonkamer, maar ik keek er nauwelijks naar. Ik zat in mijn vertrouwde stoel, mijn blik gericht op de dikke map met papieren die voor me op tafel lag. Bovenaan de stapel glansde het logo van het UWV. Ik ben drieënzestig. Een leeftijd waarop veel mannen langzaam gaan nadenken over hun pensioen, maar ik heb die keuze niet zelf mogen maken. Het voelt alsof de regie hardhandig uit mijn handen is getrokken.Ruim vijfenveertig jaar heb ik gewerkt. Hard gewerkt, met mijn handen en mijn verstand. Ik was altijd de man die doorging, die niet klaagde en die de kar trok. Wat de meeste mensen op mijn werk niet wisten, was hoeveel extra energie me dat kostte. Ik leef bijna mijn hele leven met de gevolgen van zuurstofgebrek. De spasticiteit die daardoor ontstond, was er altijd al geweest. Het was mijn blauwdruk.Maar ik weigerde destijds om me erdoor te laten definiëren. Sport werd mijn uitlaatklep en mijn medicijn. Windsurfen en zeilen in het weekend, af en toe wielrennen door de polder, twee keer per week in de sportschool. Door mijn ijzeren sportdiscipline hield ik mijn spieren sterk en wist ik de spasmen ruim vierenhalf decennium lang te compenseren en te 'temmen'. Mijn lichaam was mijn tempel en mijn motor.Totdat de rek er de laatste jaren definitief uitraakte. Het ouder worden veranderde de spelregels van een handicap die ik al zestig jaar dacht te kennen. De echte genadeslag kwam toen er onlangs ook nog artrose werd geconstateerd in mijn nek en mijn onderrug.                 Vandaag voelde mijn rug aan als een blok beton. De artrose in mijn onderrug zorgde voor een constante, diepe pijn. Ik wist inmiddels hoe de wrede wisselwerking werkte: mijn zenuwstelsel raakte door die chronische pijn overprikkeld, waardoor de spasmen in mijn lichaam nu genadeloos toesloegen. Zodra ik probeerde op te staan, trokken de spieren in mijn bovenbenen zo strak dat ik letterlijk vaststond. Het contrast met de sporter die ik ooit was, sneed me diep door de ziel. Vroeger surfde  ik marathons en wedstrijden met een lichaam dat tegenwerkte; nu was de oversteek van de bank naar het toilet al een strategische etappe die bijna onmogelijk was geworden. Ik kon inmiddels bijna niets meer zelf.Ik wilde mijn hoofd omdraaien om naar de klok te kijken, maar een felle steek in mijn nek hield me tegen. De nekslijtage dwong me in een starre houding. Om de pijn te ontwijken, hield ik mijn bovenlichaam krampachtig stil. Maar die spanning lokte direct een spasme uit in mijn armen, die zich in een reflex strak tegen mijn borst drukten. Mijn hele leven had ik gevochten tegen de erfenis van zuurstoftekort, maar nu leek de artrose de spasticiteit te hebben ontketend.


Gelukkig was daar John. Mijn collega met wie ik maar liefst achttien jaar lang lief en leed had gedeeld op de werkvloer. We kenden elkaar door en door. John zit in hetzelfde schuitje als ik; ook hij was plotseling uit de roulatie gegooid. Alleen was het bij hem geen  spasticiteit, maar een TIA (transiënt ischemic attack) die bijna twee jaar geleden hard had toegeslagen. Sindsdien liet zijn kortetermijngeheugen hem constant in de steek.Hij nam een middag even tijd om te chatten, zoals we regelmatig deden. Hij vroeg of ik de aanvraag al ingediend had bij het UWV en ik bevestigde dit. "Hoe gaat het nu écht, man?" vroeg hij zacht.De vraag raakte een open zenuw. De frustratie die ik wekenlang had opgekropt, kwam er in één keer uit."Het is om gek van te worden, John," zei ik, en ik voelde mijn stem trillen. "Ik herken mezelf gewoon niet meer. Bijna hele leven knok ik al tegen die spasmen en andere beperkingen. Vierenvijftig jaar lang heb ik me uit de naad gewerkt—je hebt nota bene achttien jaar lang naast me gestaan en gezien dat ik nooit klaagde. Ik bleef altijd sporten om die boel onder controle te houden. En nu? Nu kan ik bijna niets meer. Die artrose in mijn nek en rug sloopt me. De pijn triggert die klere-spasmen constant, waardoor ik gewoon vastloop in mijn eigen lijf. "Ik weet het nog, hoe je altijd doorging," schreef John. "Maar... waar hadden we het net ook alweer over? Die pijn in je rug?"Het sneed me door de ziel om mijn sterke, scherpe oud-collega zo te zien worstelen met zijn geheugen. Ik slikte mijn eigen frustratie even weg en knikte mild. "Ja, John. De artrosepijn die de spasmen triggert. En die onzekerheid met het UWV erbij. Ik zit hier te wachten op een beslissing over míjn toekomst, alsof ik een dossiernummer ben. Ik heb vijfenveertig jaar lang mijn steentje bijgedragen. Ik wíl wel werken, ik wíl bewegen, maar het gáát gewoon niet meer. Die machteloosheid... dat vreet me van binnen op. "We zitten samen in de wachtkamer van het leven, vriend," schreef hij weer. "Ik weet hoe hard jij altijd hebt gevochten op de zaak, en dat ziet iedereen die met jou heeft gewerkt. Het UWV heeft tegenwoordig zestien weken de tijd voor een beslissing, dus die stress trekt een zware wissel op je. Maar je hoeft je nu niet groot te houden tegenover mij. Het is ook gewoon oneerlijk voor ons allebei."Zijn woorden gaven me een klein beetje lucht. Soms was gedeelde smart, hoe pijnlijk ook, de enige troost. Ik ademde diep in, probeerde de spanning in mijn schouders bewust los te laten, precies zoals de fysiotherapeut me had geleerd. Rustig worden. De spanning laten zakken.Ik was mijn fysieke vermogen kwijt, en John vocht tegen de mist in zijn hoofd, maar de vriendschap en de veerkracht van achttien jaar samenwerken stonden nog recht overeind. We moesten nu allebei een andere wedstrijd spelen. Een wedstrijd van gedwongen acceptatie, het vinden van een wankel evenwicht tussen de artrose en mijn spasmen, en het wachten op het verlossende woord van de instanties. We deden het in ieder geval niet alleen.




Het laatste gevecht, de laatste wedstrijd

 
Er zijn gevechten die je kiest.
En er zijn gevechten die jou kiezen.
Mijn eerste gevecht begon nog voordat ik wist wat het woord betekende. Zuurstofgebrek liet sporen achter die praktisch mijn hele leven zichtbaar zouden blijven. Spasticiteit. Een lichaam dat nooit vanzelf deed wat ik ervan vroeg. Moeilijk praten. Slecht horen. Motoriek die altijd net iets anders werkte dan bij anderen.
Maar ik accepteerde geen medelijden.
Ik besloot dat niemand ooit zou zeggen dat ik mijn plaats in deze maatschappij niet had verdiend.
Dus werkte ik.
Niet een beetje.
Alles.
Vanaf mijn zestiende hielp ik mijn vader in het familiebedrijf. Terwijl leeftijdsgenoten buiten speelden, stond ik zeefdrukken te drogen, leerde ik verantwoordelijkheid en ontdekte ik dat hard werken de enige taal was die iedereen begreep.
Later kwamen de banen. De opleidingen. De managementstudie. Ik klaagde niet. Ik meldde me niet zomaar ziek. Ik werkte door, ook wanneer mijn lichaam protesteerde. Misschien juist omdat ik bang was dat iemand ooit zou zeggen:
*"Zie je wel... hij kan het niet."*
Sport werd mijn tweede leven.
Voetbal. Windsurfen. Zeilen. Hardlopen. Squash. Golf.
Niet omdat ik kampioen wilde worden.
Maar omdat sporten mijn handicap gevangen hield.
Iedere spier die sterker werd, hield de spasmen een beetje verder op afstand.
Iedere kilometer gaf me vrijheid.
Iedere wedstrijd gaf me het gevoel dat ik gelijk had gekregen.
Ik kon meedoen.
Ik hoorde erbij.
Tot mijn lichaam besloot dat het genoeg was.
Niet langzaam.
Niet vriendelijk.
Meedogenloos.
Eerst voelde ik een lichte stijfheid in mijn rug.
Daarna kwam de pijn.
Toen de diagnose.
Artrose.
In mijn nek.
In mijn onderrug.
Onomkeerbaar.
Dat ene woord sloopte in een paar seconden waar ik meer dan zestig jaar over had gedaan.
Mijn toekomst.
Artsen spreken rustig.
Zakelijk.
Professioneel.
"U zult hiermee moeten leren leven."
Alsof iemand zegt dat het morgen misschien gaat regenen.
Maar niemand vertelt je hoe het voelt wanneer je afscheid moet nemen van jezelf.
Niemand vertelt je hoe het voelt wanneer je ineens niet meer de man bent die een surfplank urenlang over het Veerse Meer stuurde.
Wanneer een wandeling naar de keuken meer energie kost dan vroeger een marathon op het water.
Wanneer je 's morgens wakker wordt en al weet dat je vandaag opnieuw gaat verliezen.
Want chronische pijn slaapt nooit.
Ze ligt naast je.
Wordt tegelijk met je wakker.
Loopt met je mee.
Gaat naast je zitten wanneer je koffie drinkt.
En kruipt 's avonds weer als laatste je bed in.
Ze is er altijd.
Iedere beweging wordt een rekensom.
Kan ik bukken?
Kan ik autorijden?
Kan ik stofzuigen?
Kan ik mijn ouders helpen?
Of betaal ik daar straks urenlang de prijs voor?
De meeste mensen zien niets.
En precies dát is misschien wel de grootste vloek.
"Je ziet er goed uit."
Vier woorden.
Bedoeld als compliment.
Gevoeld als een ontkenning.
Want achter die glimlach schuilt iemand die soms twintig minuten nodig heeft om uit bed te komen.
Iemand die zich eerst mentaal moet voorbereiden voordat hij zijn sokken aantrekt.
Iemand die onderweg naar de supermarkt al nadenkt hoe hij straks weer uit de auto moet stappen.
Maar het echte gevecht begon pas daarna.
Niet met de ziekte.
Met het systeem.
Ineens werd mijn leven een dossier.
Een FML.
Spoor 2.
Evaluaties.
Rapporten.
Sollicitaties.
Bewijzen.
Nog meer bewijzen.
En nóg meer bewijzen.
Na vijfenveertig jaar werken moest ik uitleggen waarom ik niet meer kon werken.
Alsof mijn verleden niets meer waard was.
Alsof loyaliteit een houdbaarheidsdatum heeft.
Alsof je eerst volledig moet breken voordat iemand gelooft dat je echt kapot bent.
Ik solliciteerde.
Nul reacties.
Ik meldde me aan voor vrijwilligerswerk.
"Sorry... u past toch niet helemaal."
Zelfs vrijwilligerswerk bleek te zwaar voor iemand die zijn hele leven alleen maar had willen helpen.
Dat deed pijn.
Meer pijn dan de artrose.
Want afwijzing tast iets aan wat geen MRI ooit kan laten zien.
Je eigenwaarde.
En toch...
Iedere ochtend sta ik weer op.
Niet omdat ik me sterk voel.
Maar omdat er geen andere keuze is.
Ik zie mijn ouders ouder worden.
Ik help waar ik kan.
Ik wacht op uitslagen.
Ik wacht op het UWV.
Ik wacht op antwoorden die niemand eigenlijk wil krijgen.
En soms vraag ik me af hoeveel gevechten een mens in één leven kan voeren.
Misschien is dit wel mijn laatste gevecht.
Niet tegen artrose.
Niet tegen spasmen.
Niet tegen formulieren.
Maar tegen het langzaam verdwijnen van de man die ik ooit was.
Ze zeggen dat een mens twee keer sterft.
De eerste keer wanneer zijn hart stopt.
De tweede keer wanneer niemand zich hem nog herinnert.
Ik leef nog.
Maar iedere dag neem ik afscheid van een stukje van mezelf.
Van de sporter.
Van de collega.
Van de werknemer.
Van de zoon die altijd alles kon tillen.
Van de man die dacht dat hard werken altijd genoeg zou zijn.
Toch weiger ik één ding op te geven.
Mijn stem.
Want zolang ik mijn verhaal kan vertellen, besta ik.
En misschien leest iemand dit die morgen een collega ziet lopen met een glimlach.
Vraag dan niet waarom hij minder doet.
Vraag hoe het écht met hem gaat.
Want sommige mensen voeren oorlog...
zonder dat iemand het slagveld ziet.




SLOTWOORD

Ik schrijf dit niet om begrepen te worden door iedereen.
Ik schrijf dit voor wie zichzelf herkent in het zwijgen. In het vergoelijken. In het steeds opnieuw uitleggen waarom iets niet lukt.
En voor wie dit leest zonder chronische pijn:
de volgende keer dat iemand zegt dat het niet gaat, geloof ze dan.
Zonder vragen. Zonder adviezen. Zonder vergelijking.
Want ooit sta je misschien zelf aan de kant waar niets te zien is — behalve de kracht die het kost om door te blijven gaan.
En dan hoop ik dat iemand je gelooft.